De Entinge is een voormalige havezate bij Dwingeloo. Ze voor het eerst vermeld in de 14e eeuw als bisschoppelijk leen ‘Endelinghergoet’. In 1668 kwam de havezate in handen van Rutger van Lohn. Hij bewoonde Entinge niet, maar verhuurde het aan de schulte van Dwingeloo, Jan Coerts Prins. Zelf bleef hij op De Klencke wonen. In 1742 werd Entinge afgebroken.

In 1830 wordt de huisplaats van Entinge eigendom van Aalt Willem van Holthe tot Oldengaerde. Tegenwoordig is het in handen van diens nazaten. De fundamenten van de havezate bevinden zich nog in de grond.

Van het huis bestaat geen betrouwbare afbeelding.