Elswout is een ca 85 ha groot landgoed bij Overveen in eigendom van Staatsbosbeheer.

Elswout te Overveen is een van de oudste bewaarde landgoederen in Nederland met een parkachtige begroeiing met veel stinsenplanten en historische gebouwen. Elswout maakt deel uit van het Natura 2000 gebied Kennemerland-Zuid. Park Elswout opengesteld voor het publiek. Op het landgoed liggen onder andere een landhuis, stallen en de orangerie, die nu dienst doet als horecagelegenheid. Het Grote Huis is een bekend object bij reclamemakers. Het monumentenregister noemt dit landhuis "Een der monumentaalste voorbeelden van op de 16e-eeuwse Italiaanse villa's geïnspireerde 19e-eeuwse landhuizen in Nederland."

Het landgoed is ook bekend als psychiatrisch ziekenhuis Zonnedael in de televisieserie Loenatik.

Elswout is gesticht door Carl Jansz. du Moulin (1587/88-na 1667), een van oorsprong Vlaamse lutherse koopman die van jongs af aan voornamelijk handelde op Rusland. Vanaf 1623 groeide hij uit tot een van de belangrijkste Rusland-handelaren van de Republiek. In Rusland, waar Du Moulin lange perioden achtereen woonde, verkreeg hij de titel gosti, met bijbehorende privileges. Rond 1631-1633 streek Carl du Moulin neer in Haarlem.

Vanaf 1633 liet Carl du Moulin bij Overveen een buitenplaats bouwen in de stijl van het Hollands classicisme.

'Moulins hofstede' is waarschijnlijk ontworpen door Jacob van Campen en landmeter Pieter Wils. Tevens is Pieter Post als protégé van Carl du Moulin waarschijnlijk betrokken geweest bij de bouw. De buitenplaats had een strikt kruissymmetrische plattegrond, geïnspireerd op het werk van Vincenzo Scamozzi. Oorspronkelijk was het huis omgeven door grachten en lagen de tuinen op gelijk niveau met het huis. Door de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog na het uitroepen van de Navigation Act raakte Du Moulin zoals vele kooplieden in de financiële problemen. In 1654 ging hij failliet en werd zijn buitenplaats verkocht aan Gabriel Marselis (1609-1673).

Onder Gabriel Marselis, die de hofstede de naam Elswout gaf, werden de oorspronkelijke tuinen gerooid, afgegraven en opnieuw aangelegd, waardoor het huis op een talud kwam te liggen. Tevens liet Marselis extra stallen bouwen. Vanaf het bezoek in 1660 van Maria Henriëtte Stuart en de kleine Willem III van Oranje, werd Elswout een beroemde bezienswaardigheid. In 1703 werd Elswout op een veiling gekocht door Jan Romswinckel Jansz (1643-1719). Het kostte hem grote moeite de verschuldigde koopsom aan de erven Van Marselis te voldoen. Pas op 4 april 1718 kon hij zich volledig eigenaar noemen van Elswout. Lang kon hij er niet van genieten. Hij stierf kinderloos in 1719, waardoor Elswout toekwam aan zijn drie broers. Een van hen, Abraham Romswinckel (1657-1738), Resident van de Koning van Pruisen (Frederik Willem I van Pruisen) te Amsterdam, kocht de anderen in 1720 uit. Romswinckels enige dochter trouwde met Gualterus Petrus Boudaen. Na haar dood in 1750 kwam Elswout in zijn handen.

Verantwoordelijk voor de introductie van de landschapsstijl op Elswout was Mr. Jacob Boreel (1746-1794), eigenaar van Elswout door koop in 1781. Niet alleen het park werd gemoderniseerd. Ook de gevels van het huis een eerste maal gemoderniseerd, naar ontwerp van Abraham van der Hart. Na de dood van mr. Jacob Boreel in 1794 hadden zijn erven weinig belangstelling voor het buiten. Het werd te huur aangeboden. Precies in deze jaren was het romantische Park Elswout een inspiratiebron voor kunstenaars zoals Egbert van Drielst.

In 1805 kwam Elswout in handen van de makelaar en bankier Willem Borski (1765-1814). Hij liet het huis en bijgebouwen verbouwen naar ontwerp van Bartolomeus Ziesenis. Daarbij werd het huis met een verdieping verhoogd. De wijzigingen aan het park werden vereeuwigd op een grote landgoedkaart door Hendrik van Zutphen, welke nu bewaard wordt in het Noord-Hollands Archief. Na de dood van Willem Borski in 1814, werd zijn weduwe Johanna Borski hoofd van de familie. Door haar toedoen werden de Borski's de rijkste familie van Nederland en financier van De Nederlandsche Bank.

Na de dood van Johanna's zoon Willem Borski sr. (1799-1881) liet diens zoon Willem Borski jr. (1834-1884) Elswout verbouwen naar ontwerp van Constantijn Muysken. Tijdens de bouw stierf de kinderloze Borski jr. echter, waardoor de bouw stil kwam te liggen. Zodoende was enkel het gevelwerk gereed gekomen, inclusief omvangrijke terraspartijen, terwijl het interieur onvoltooid bleef. Vanaf 1884 was Elswout feitelijk onderdeel van Duinlust geworden, eigendom van Borski's oudste zuster Johanna Jacoba (Anna) van der Vliet-Borski.

Landgoed Elswout bleef tot 1958 eigendom van de nazaten van Anna van der Vliet-Borski.

Het landhuis heeft in de Tweede Wereldoorlog onderdak verschaft aan Duits commando en daarna dienst gedaan eerst als locatie voor het Jac. P. Thijsse (Montessori) Lyceum en later als tuinbouwschool. In 1958 werd Landgoed Elswout overgedragen aan de gemeente Bloemendaal. In 1970 werd de Staat der Nederlanden eigenaar, die het beheer overliet aan Staatsbosbeheer.

Wegens langdurige leegstand van Huis Elswout, werd in 2001 besloten het Grote Huis voor een symbolisch bedrag te verkopen, met restauratieverplichting. Het landgoed bleef eigendom van Staatsbosbeheer. Recentelijk werd het grote huis door de huidige eigenaar ingrijpend gerestaureerd en gerenoveerd, deels op grond van de ontwerpen van Constantijn Muysken uit 1882-1884.