Kasteel Schonauwen is een in 1261 gesticht kasteel in de huidige gemeente Houten. Het ligt midden in de nieuwbouwwijk De Steen.

Het kasteel Schonauwen was eeuwenlang het belangrijkste gebouw in de polders. Oorspronkelijk gesticht als uithof van de norbertijnerabdij Mariënwaard bij Beesd bestond de ridderhofstad in ieder geval al aan het begin van de 14e eeuw. Als strategische voorpost van de graven van Culemborg zal het vermoedelijk van aanvang af meer dan alleen een verdedigbare omgrachtte woontoren zijn geweest. Het kasteel komt dan ook voor in de in 1536 opgestelde lijst van ridderhofsteden waarvan de bezitters recht hadden op een plaats in de toen opgerichte Provinciale Staten van Utrecht.

In de 17e en 18e eeuw werd het kasteel, dat in de loop der eeuwen vele eigenaren kende, langzamerhand omgevormd tot een buitenplaats met moestuinen, boomgaarden en lanen. Nadat in 1812 de Utrechtse rentenier Hendrik Ravée eigenaar was geworden liet hij het gebouw om fiscale redenen slopen op de thans nog bestaande ronde hoektoren na. De overgebleven toren heeft een doorsnede van 5,5 meter en is 13,5 meter hoog.

Hoe het kasteel er in oorsprong heeft uitgezien, is onbekend. De oudst bekende afbeeldingen van Schonauwen zijn twee tekeningen van Roelant Roghman uit ± 1646. Het kasteel is daarop afgebeeld als een imposante vierkante waterburcht met een omgrachte voorburcht.

Een poortgebouw met klokgevel geeft toegang tot het binnenterrein van de voorburcht, dat aan drie zijden met dienstgebouwen wordt omsloten. Een houten brug leidt vanaf de voorburcht naar de oostelijke vierkante hoektoren van de eigenlijke burcht, die ook als poorttoren wordt gebruikt.

Deze poorttoren is door middel van een weermuur met kantelen verbonden met de nog bestaande zuidelijke ronde hoektoren. Op de westelijke hoek staat een grote veelhoekige toren, die in die tijd al grotendeels was afgebroken, waarschijnlijk in verband met de bouw van de woonvleugels, die de kleine binnenplaats omringen. Het is ongetwijfeld de oorspronkelijke woontoren.